Het advies om drie tot zes maanden aan uitgaven opzij te zetten klinkt logisch. Voor iemand die net begint met sparen, voelt dat bedrag als een onbereikbaar doel.
Wat een noodfonds eigenlijk dekt
Een noodfonds is geen spaardoel in de traditionele zin. Het is een buffer voor kosten die niet in het maandbudget passen: een kapotte wasmachine, een tandartsfactuur, een maand zonder werk.
De drie-tot-zes-maandenregel is gebaseerd op gemiddelde situaties. Iemand met een vaste job en weinig vaste lasten heeft minder nodig dan een zelfstandige zonder inkomensverzekering.
Een haalbare opbouw in fasen
- Fase 1: 500 euro als eerste vangnet, zo snel mogelijk.
- Fase 2: één maand netto-inkomen binnen zes maanden.
- Fase 3: drie maanden netto-inkomen binnen twee jaar.
Bewaar het fonds op een spaarrekening zonder koppeling aan een betaalpas. Zo is het bereikbaar maar niet te gemakkelijk aanspreekbaar.
Wat het fonds niet is
Vakantiegeld, een aanbetaling voor een auto of een reservepot voor cadeaus horen er niet in. Zodra het fonds een andere functie krijgt, verdwijnt de buffer bij de eerste echte nood.
Begin klein. Een noodfonds van 200 euro is beter dan geen noodfonds.